Wetenschappelijke collaboratie aan de vernietiging van het Kurdische volk en de rol van de Nederlandse Universiteiten

Op dit moment voer ik een proces tegen de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de volgende personen Rob S. P. Beekes, oud hoogleraar universiteit Leiden, Martin van Bruinessen hoogleraar universiteit Utrecht en Marten Stol hoogleraar universiteit Leiden en Vrije universiteit Amsterdam.

 

Tot eer en behoud van het menselijke cultuurgoed, historische etnisch-identiteit heb ik in mijn verweerschrift namens het Kurdische volk de rechtbank in Den Haag gevraagd om:

  • De hiergenoemde personen en de NWO te willen veroordelen wegens onrechtmatige tegenwerking bij onderzoek naar historisch-culturele identiteit van het Kurdische volk en een internationale wetenschappelijk opendebat hierover.
  • Een verbod op te leggen tot het bevorderen van de politiekgevestigde standpunten in Nederlandse universiteiten, die het Elamitisch als een uitgestorven volk en taal zonder enige verwantschap met Europese talen verklaren en het Kurdisch als een Iraanse volk en een Iraanse taal beschouwen. Omdat zulke standpunten in strijd zijn met wetenschappelijke bewijsmaterialen en in strijd met de bevindingen van Elamietkundigen zoals ik in mijn verweer aangehaald heb.
  • Tevens een veroordeling wegens de vervalsing van historisch-culturele identiteit van Kurden en meedoen aan volksgenocide namens wetenschap tegen het Kurdische volk.

 

Wat deze hoogleraren al decennia bezig zijn te vervreemden, vervalsen en waarmee zij feitelijk de vernietiging van haar overlevenden op wetenschappelijke wijze ondersteunen, is tot dusverre de oudste beschaving en het oudste cultuurerfgoed van de mens. Het zijn de stamvaders van de wereldreligies polytheïsme (de matriarchale cultuur), monotheïsme (de patriarchale cultuur), de uitvinders van het wiel, de ontdekkers van het schrift, de inspiratiebron van de westerse beschaving met andere woorden de moeder van culturen, de Elamieten uit de oudheid, de stamvaders van het Kurdische volk. De Kurdische taal is de overlevering er van en de juiste sleutel voor een juiste interpretatie van vele opgegraven schriften in Midden en Nabije Oosten.

 

Mijn werk is niet van verontwaardiging ontbloot. Dit komt doordat de onwetendheid over de Kurdische connectie met Elam samenvalt met de Europese bemoeienis tijdens de kolonialistische herindeling en in de totstandkoming van het Iran met zijn Perzische dominantie. Het is jammer dat men met ‘wetenschappelijke’ argumenten deze politiekgevestigde standpunten bevordert en de wetenschappelijke inzet voor de vernietiging van het Kurdische volk, en dat men langs wetenschappelijke weg deze volksgenocide ondersteunt en daaraan meedoet. Doelbewust en ten onrechte verwaarloost en ontkent men de Elamitische beschaving en vervolgens negeert de Kurdische identiteit.

Een van de NWO adviseurs negeert in zijn beoordeling, – Uitlating tegen: p. 19 Kurduiššuum (Kurdu.iš.šuum = mijn reis naar Kurden) in een Elamitische tekst uit Perzische Achaemenid periode c. 400 v.Chr., – dat Kurdu de Kurden aanwijst. Daarbij zegt hij: Uit niets blijkt dat het met de (latere) Kurden te maken zou hebben.

De (latere) Kurden, zouden veel recenter moet zijn dan 400 v.Chr., dus, volgens de NWO adviseur, (hij zegt er bij niet hoe recenter, natuurlijk)!

Volgens de gevestigde valse wetenschappelijke opinie, behoort de Kurdische taal tot de Nieuw-Iraanse talen. Dit betekent met andere woorden dat de Kurdische taal in een periode na de overheersing van de islam ontstaan is, en dat periode de 9e eeuw moet zijn, zie: J. G. Johan ter Haar, 1996, p. 3, Een Perzische Grammatica en Historie van deze taal; (J.G. Johan ter Haar is hoogleraar aan universiteit van Leiden afdeling Arabische, Perzische en Turkse Talen en Culturen), G. Lazard, “The Rise of the New Persian Language” in The Cambridge History of Iran Vol. 4, red. R.N. Frye (London: Cambridge University Press 19 595-633).

In een Oud-Kurdisch schrift van c.1800 v.Chr. uit huidige Senjár (Kurdesán in Irak), staat:

ša haammuú.rabi lú kurdaai

(Haammuú.rabi prince de Kurda)

Letters to King of Mari “Archives Royales de Mari”, Paris 1950, Jean-Marie DURAND (P. 96) 55 [A.682) 10; Heimpel Wolfgang, 2003, P.615 ; Marco BONECHI et Amalia CATAGNOTI (p.60);

(Hammú.ŕabí, de Kurdische koning / de koning van Kurda)

De Moeder van Culturen, Bérai 2005 (p.59a).

Hammú.ŕabí (heer/lord van de wereld, god van allemaal); Hammú (allemaal, wereld).ŕabí (heer van, god van) is ook identiek met het Kurdisch en is gelijk met bekende heilige korans/Arabische synonieme term ŕab.al.álamin (naam voor god).

Hieruit en uit taalloze ander bewijsmaterialen blijkt dat in tegenstelling tot wat de adviseur stelt, wij wel degelijk met het Kurdische volk te maken hebben.

Hoe oud zijn eigenlijk de Kurden? Uit genoemde schrift mag blijken dat in ieder geval geen sprake kan zijn van de (latere) Kurden! De NWO adviseur moet maar iets anders verzinnen.

Genoemde tekst is beschouwd als Soemerisch-Oud Babylonisch en in Soemerisch-Babylonisch territorium. Dit wijst aan dat het Soemerisch – Oud Babylonisch, het Oud-Kurdische volksgroepen zijn geweest. En dat valt niet te ontkenen, zoals de NWO adviseurs doen.

 

Matthew W. Stolper schrijft in een recent artikel in de The Cambridge Encyclopedia of the World’s Ancient Languages, ed. Roger Woodard, april 2004, p. 60-61.

“Teksten in het Elamitisch komen uit zuidwesten en centraal westen van (huidige) Iran, oosten van Turkije vlakbij Van, Assyrische stad Nineveh, noordoosten van Irak, in de Urartian, verder in huidige Armavir Blur in Armenia en in Oud Kandahar in huidige Afghanistan. … De Perzische heersers, die van Elamitische Anshan het Perzië maakten, schreven feitelijk hun schriften en administratieve verslagen in het Elamitisch…”

Door Stolper aangehaalde streken zijn tegenwoordige Kurdische regio’s, met uitzondering Oud-Kandahar. De aanwezigheid van Kurdische stammen tegenwoordig aan grens met Afghanistan, meer bekend als de Kurden in Xorásán in Iran, wijst sterk erop dat die Kurden van Elamitische heersers in Oud-Kndahar zijn overgebleven. Dat verklaart ook de aanwezigheid van invloeden van Elamitische taal, het Kurdisch dus in Turks en talen in modern Afghanistan.

 

Vele bewijsmaterialen wijzen er aan echter de aanwezigheid van Elamitische troepen in 145-140 v.Chr. in Babylon, in moderne Kut al-Amara en in Tigris locatie in moderne Irak waar nog steeds Kurden zijn, (D.T. Potts, 1999, p. 387, § 2 en 388). In jaren 80-70 v.Chr. zijn in Kurdische regio’s muntenstukken gedrukt in de naam van Elamitische Koning Kamnishires (III) and zijn vrouw Anzaze; D.T. Potts, 1999, p. 392-394). Volgens inscripties uit Palmyra (Kurdistan in Syrië) namen van minstens 3 verschillende Elamitische koningen in de tweede eeuw (na Christus) zijn genoemd, D.T. Potts, 1999, p. 401).

Van een uitgestorven Elamitische volk geen sprake kan zijn, dus. De vraag is, “welk volk is dan wel de nabestaande van Elamieten als het huidige Kurdische volk dat niet is?”

 

Men transformeert de nieuwe generaties Kurden in patriottische modelburgers “de Iraniërs, de Turken, de Irakezen, de Syriërs …, vertrouwd aan hun vaderland”. Ieder aanwijzing naar historische en culturele etnisch van het Kurdische volk werd in die taalpolitiek weggeveegd en ontkend om de valse reproduceerde Iraanse, … volkeren en talen voor nieuwe generaties aanvaardbaar te maken. En er zijn nog steeds van die satrapen, die namens de wetenschap deze misdaden met hun commentaar steunen ter wille van, en het bewaken en bij elkaar houden van de bol en de eenheid van de staten.

Men onderwijst de huidige generaties met aperte onwaarheden over hun geschiedenis en etniciteit en ontkent men hardnekkig een historische, culturele en etnische identiteit van de plaatselijke Elamitische bevolkingsgroepen “de Kurden”. De naam van Elam en Elamitisch werd uit het geheugen weggevaagd.

 

Deze situatie heeft ertoe geleid dat hoogopgeleide Kurdische generaties totaal van de Kurdische culturele historie-identiteit zijn vervreemd en met onwaarheden over het Kurdische volk opgevoed. Nu de verzwegen Kurdische identiteit aan het daglicht is getreden, blijven de Kurdische hoogopgeleiden verbijsterd zwijgen.

 

In april 2005 had ik mijn boek De Moeder van Culturen in twee talen, het Engels en het Nederlands, gepubliceerd. Dat was mijn wetenschappelijke verdediging tegen de kritiek van twee Nederlandse hoogleraren, die onder het mom van wetenschap de politiek gevestigde standpunten verdedigen. Hierdoor ontkenden zij een historische, culturele en etnische identiteit van de Kurden zonder dat zij deze standpunten konden rechtvaardigen; zo is men al gedurende decennia bezig met de vervalsing van historische en culturele aanwijzingen die de identiteit van de Kurdische natie kunnen belichten. In juli – december 2005 hebben wij in totaal 16 exemplaren van mijn boek met geleidebrieven gestuurd naar de Kurdische 3 universiteiten in Irak en naar andere Kurden die zich ‘professor’ of ‘doctor’ noemen, met een verzoek er bij om ondersteuning. Voor zover ik weet, zijn de directeur van de Sulemani universiteit Nizar Mohammad Amin, de directeur van de Salahaddin universiteit Mohammad Sadik, de directeur van de Dohuk universiteit Asmat M. Khalid en de docenten voor  taal- historie en Kurdische studies van deze universiteiten aantal keren persoonlijk benaderd om op deze belangrijke standpunten in het boek tenminste te willen reageren. Ik heb tot heden nog geen reactie van deze Kurdische ‘professoren’ / ‘doctoren’ ontvangen. Deze docenten nemen er geen genoegen mee en voelen zich geminacht, als ze bij hun naam zonder titel aangesproken worden, je moet ze als Professor aanspreken! Deze potentaatjes, die profiteren van de jarenlange Kurdische strijd en het erfgoed van de vele slachtoffers die daarvoor hun bloed geofferd hebben, kruipen weg als een muis. Ze misbruiken alles in hun eigen armzalig belang en hun valse carrière. Waarom blijft hun reactie uit? Zijn zij te laf? Zijn ze de leugenaars zoals Martin van Bruinessen ze noemde, en willen zij geen stelling nemen? Of zijn zij onwetend en ontbreekt bij hen de intelligentie om een wetenschappelijk standpunt te kunnen nemen?

 

Hamíit Qliji Bérai, Den Haag, 12 januari 2006

Institute Elamirkan

Scientific collaboration in the destruction of the Kurdish nation and the role of the Dutch universities

At the moment, I am engaged in legal proceedings against the Dutch Organisation for Scientific Research (NWO) and the following persons; Rob S. P. Beekes, retired professor from Leiden university, Martin van Bruinessen, professor of Utrecht university, and Marten Stol, professor of Leiden university and the Free university of Amsterdam, Wilfred H. van Soldt, professor Assyriology University of Leiden.

 

To honour and maintain the human cultural heritage and historical ethnical identity, I have asked the court in Den Haag in my defence to:

  • Pass judgment on the persons named above and the NWO for unjustly preventing research on the historical-cultural Identity of the Kurdish nation and also on preventing international scientific discussion of the subject.
  • Forbid the promotion of politically established viewpoints in Dutch universities that consider Elamite as an extinct language and nation without any relation to European languages and consider the Kurdish nation and language as Iranian. These views are contrary to literary-archaeological scientific evidence and contrary to discoveries of Elamite specialists as I have quoted these untruths in my defence.

Also pass judgment against the falsification of the origins of the Kurdish historical cultural identity and the participation in the genocide of a people in the name of science.

 

That, which for decades they have been trying to alienate and falsify and by which they actually support the destruction of its survivors in a scientific manner, is the oldest civilization and culture heritage of the human race. These are the forefathers of the world religions of polytheism (the matriarchal culture), monotheism (the patriarchal culture), the inventors of the wheel, the discoverers of script, the source of inspiration of Western civilisation, in other words, the mother of cultures, the Elamite from antiquity, the ancestors of the Kurdish nation. The Kurdish language is the tradition of this and the right key to a correct interpretation of many excavated scripts in the Middle and Near East.

 

My work has not been devoid of indignation. This is because ignorance concerning the Kurdish connection with Elam coincides with European intervention during the colonialist division and realization of Iran, with its Persian domination. It is a pity that false scientific arguments promote these politically established points of view and that the scientific effort and genocide of the people is supported and participated in. Elamite civilisation is purposefully and wrongfully denied and neglected and the Kurdish identity is ignored.

 

 

One of the NWO advisers ignores that Kurdu indicates the Kurds in his criticism, – Remark against: p. 19 Kurduiššuum (Kurdu.iš.šuum = my journey to the Kurds) in an Elamite text from Persian Achaemenid period, c. 400 BC.  He says: there is no evidence that it has anything to do with the (later) Kurds.

The (later) Kurds, must be younger than 400 BC, therefore according to the NWO adviser, (he does not say, how much younger, of course!)

According to established false scientific opinion, the Kurdish language belongs to the New-Iranian languages. This means in other words that the Kurdish language has arisen in a period after the domination of Islam, and that period must be the 9th century, see: J. G. Johan ter Haar, 1996, p. 3, Een Perzische Grammatica en Historie van deze taal; (J.G. Johan ter Haar is professor at the university of Leiden, department of Arabic, Persian and Turkish languages and cultures), G. Lazard, “The Rise of the New Persian Language” in The Cambridge History of Iran Vol. 4, red. R.N. Frye (London: Cambridge University Press 19 595-633).

In an Old-Kurdish script from c.1800 BC from present day Senjár (Kurdsán in Iraq), also from Mári (Kurdsán in Syria) it says:

ša haammuú.rabi lú kurdaai

(Haammuú.rabi Prince of Kurda)

Letters to King of Mari “Archives Royales de Mari”, Paris 1950, Jean-Marie DURAND (P. 96) 55 [A.682) 10; Heimpel Wolfgang, 2003, P.615 ; Marco BONECHI et Amalia CATAGNOTI (p.60);

 

(Hammú.ŕabí, the Kurdish King / the King of  Kurda)

 The Mother of Cultures, Bérai 2005 (p.48a).

Hammú.ŕabí (Lord of the world, God of all); Hammú (all, world).ŕabí (Lord of, God of) is also identical to Kurdish and synonymous with the well-known sacred Koran/Arabic term ŕab.al.álamin (name for God).

From this and from countless other evidence it is clear that in contrast to what the adviser claims, we really are dealing with the Kurdish nation.

Just how old are the Kurds? From the script mentioned it is evident that in any case there is no such thing as the (later) Kurds! The NWO adviser must invent something else.

The text mentioned is considered as Sumerian-Old Babylonian and in the Sumerian-Babylonian territory.

This proves that the Sumerian–Old Babylonian were Kurds; and the biblical rabbi derived from this Kurdish rabi. That cannot be denied as the NWO advisers do.

 

Matthew W. Stolper writes in a recent article in The Cambridge Encyclopedia of the World’s Ancient Languages, ed. Roger Woodard, April 2004, p. 60-61.

Texts in Elamite come from southwestern and central western Iran eastern Turkey, near Van, the Assyrian city of Nineveh, in northeastern Iraq, at the Urartian fortress at modern Armavir blur in Armenia, and at Old Kandahar in modern Afghanistan… The Persian rulers who made the Elamite Anshan into Persia proper continued to write inscriptions and administrative records in Elamite….”

Regions quoted by Stolper are now Kurdish regions, except for Old-Kandahar. The presence of Kurdish tribes today at the border with Afghanistan, better known as the Kurds in Xorásán in Iran, strongly indicates that those Kurds are descendants of the Elamite rulers in Old Kandahar. This also explains the presence of influences of the Elamite language, Kurdish therefore, in Turkish and in languages in modern Afghanistan.

 

Much evidence indicates however the presence of Elamite troops in 145-140 BC. In Babylon, in modern Kut al-Amara and in the Tigris region in modern Iraq where Kurds are living, (D.T. Potts, 1999, p. 387, § 2 en 388). In 80-70 BC. coins were made in Kurdish regions in the name of the Elamite King Kamnishires (III) and his wife Anzaze; (D.T. Potts, 1999, p. 392-394).

According to the inscriptions from Palmyra (Kurdesán in Syria) the names of at least 3 different Elamite’s kings of the second Century (after Christ) are mentioned, (D.T. Potts, 1999, p. 401).

 

No one should speak of the extinct Elamite people. The question then arises, “If the Kurds are not the survivors of Elamite, then which nation is?”

 

The new Kurdish generations are being transformed into patriotic model citizens “the Iranians, the Turks, the Iraqis, the Syrians… entrusted to their fatherland.”  Any reference to historical and cultural ethnicity of the Kurdish nation was wiped out or denied in political language to make the falsely reproduced Iranian people and languages acceptable to the future generations. And there are still satraps or despots that support these crimes with their comments in the name of science, for the purpose of protecting and keeping together the globe and the unity of the states.

 

The new Kurdish generations are educated in blatant lies about their history and ethnicity and is categorically denied a historical, cultural and ethnic identity of the local Elamite community of “the Kurds”.  The name Elam and Elamite is wiped   from memory.

 

This situation has resulted in generations of highly educated Kurdish people being alienated from Kurdish cultural historical-identity and being educated with untruths about the Kurdish nation. Now the concealed Kurdish identity has been brought to light, the Kurdish scholars remain silent and bewildered.

 

In April 2005 I had published my book The Mother of Cultures in two languages, English and Dutch. That was my scientific defence against the criticism of two Dutch professors, who defend the politically established points of view under the veil of science. By this they denied the historical, cultural and ethnic identity of the Kurds without being able to justify these points of view; in this way decades have been spent with the falsification of historical and cultural indications, which can shed light on the identity of the Kurdish nation.

 

From July – December 2005 we sent a total of 16 copies of my book, accompanied by letters, to the 3 Kurdish universities in Iraq and to other Kurds in Iran and Turkey who call themselves “professor” or “doctor”, requesting their support. As far as I know, the director of the Sulemani university Nizar Mohammad Amin, the director of the Salahaddin university Mohammad Sadik, de director of the Dohuk university Asmat M. Khalid and the teachers of language, history and Kurdish studies at these universities in Iraq have been personally approached several times to at least react to these important subject. Until now I have received no reaction from these Kurdish “Professors” / “doctors”. These teachers will not accept and in fact feel looked down upon, if they are addressed by their name without their title. You must address them as PROFESSOR!

These collaborator-potentates who profit from the long struggle of the Kurdish nation and the inheritance of the many victims who shed their blood, scamper away like a mouse. They abuse everything in their own miserable interests and their false careers. Why don’t they react? Are they too cowardly? Are they the liars, such as Martin van Bruinessen called them, and don’t they want to take a stand? Or are they ignorant and do they lack the intelligence to be able to assume a scientific position?

 

Hamíit Qliji Bérai, The Hague, 12 januari 2006

Institute Elamirkan

Dutch government and companies partly responsible for the genocide and war crimes regime Saddam Hussein

The Dutch State offered a scapegoat, the public prosecutor Fred Teeven (Liberal party “VVD”)offered Frans van- Anraat responsible for export trade of the by Dutch VVD-CDA-government’ export agreement “poison gas” with Saddam Hussein of Iraq and called 15 years sentence against him. On 23 December 2005 Frans van Anraat was sentenced to 15-years in jail. On 9 May 2007, the appeal court increased Van-Anraat’s sentence to 17-years.

The crimes convictions of the Dutch state for its support and selling chemicals to Saddam Hussein for which in the nineteen eighties, the Minister of Foreign Trade, Frits Bolkestein (VVD party) is responsible. The Dutch state knew the ingredients was buying will be used to make poison gas and end in the battlefield, the lethal gas was used in attacks of 16-18 March 1988 on several villages and cities with the intention of wiping out the Kurdish population on both sides of Iran-Iraq borders.

 

The hidden ancient Kurdish Identity has reappeared!

Map Kurdsán, Kurdsu (Farsized Kurdistan) in Near East

image698 image909

Kurdsu lies in the Near – and Middle East

This is approx. the continuous circumference of current Kurdish regions, remained from the ancient Kurdsu, where nowadays different Kurdish peoples live.

This is the birthplace of the human civilization. The site of Barda Balka, situated in Camcamáĺ valley in southern Kurdsán (Iraq) is the only excavated site that has yielded remains of Hunter-Gatherers of the Lower-Paleolithic period from about 2.500,000 BC.

This people are the founders of the earliest civilization of the mankind. The hallmarks of the late Kurdish culture spread out toward the west, north, east, and south.

The invasion and conquering of Muslims (Arabs, Persians, and Turks) decivilized the spirit of the Kurdish communities from the highest level of scientific knowledge and civilization.

The generations of archaeologists, anthropologists, philosophers, etymologists, and historians have wiped away name of the Kurds and have replaced it with Persians, Elamites, Babylonians, Assyrians, Akkadians, Hittites, Sumerians, Mesopotamians, etc. They provide still the world with wrong information in their reports on the culture, history, and ethnography of early ‎human civilizations and the Bible.

 

Within this circumference never existed a Persian community settlement. The Arabs and Turks communities beside this territory among the Kurds are Arabized-, Turkized-Kurds and partly are from Arabs and Turks origin, settled after the Islam up to now in several occasions.

Outside this circumference, the current regions Shiraz, Kerman, Isfahan and Arak-Sultanabad are occupied by the Persians probably afterwards Islam and their Kurdish native peoples have been transformed gradually into Persians.

The Arabs occupied current Syria and Iraq after the Muslims conquered the Kurdish Šádánian – “Ezidian, Áĺe Haq or Kakaian” Empire (the falsely named Sasanian), 224-651 AD, latest Kurdish realm. The Muslim’ war reports point to the fact, the Arabs have crossed over the Kurdish Flood River “Upŕhatu, Ufrahatu” from south-east of present Iraq.

Before the Turks’ invasions Mongols – Seljuq Dynasties AD 1055 – 1194, Il-Khan Dynasty AD 1256 – 1336, the river Halys, in current Turkey the Kizilirmak river (Red River) was the boundary between the Kurds (Syrians < Suri “Reddish, Fire-worshipers”) and the Greeks. Herodotus History 1.72: The Cappadocians are called Syrians by the Greeks. … For the dividing boundary of the Median and Lydian empires was the river Halys, which flows from the Armenian mountains through Cilicia and afterwards flows with the Matieni on the right and Phrygians on the left. When it has passed their territories, it flows north and divides the Syrian Cappadocians on the right from the Paphlagonians on the left. So the Halys cuts off almost the whole of the lower part of Asia, from the Mediterranean opposite Cyprus to the Euxine. This is the neck of all this land, and it is, in length of journeying, five/fifteen days of travel for an active man.

Continue reading The hidden ancient Kurdish Identity has reappeared!

Misbruik van Nederlandse voorzieningen door gemeente Den Haag, want uitvoering van de criminele Turkse cultuurpolitiek

Aan:

President van de arrondissementrechtbank

Postbus 20302, 2500 EH  Den Haag

 

Den Haag, 25 november 2004

 

Geachte heer, mevrouw,

Op 25 oktober 2002 hebben 97 Kurdische organisaties hier de Nederlandse overheid attendeert in een brief De Eisen van de Nederlandse Kurden, over de onderdrukking en discriminatie van de Kurdische bevolking in Nederland, een kopie van deze brief voeg ik in bijlage toe. Ondanks een hartverwarmende schriftelijke reactie van de ministeries van Justitie en Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen (OC&W) is nu na twee jaar werkelijk niets in de positie van de Kurdische cultuur in Nederland veranderd.

Aantal problemen in Gemeente Den Haag heeft Stichting Elamirkan bij Ombudsvrouw van gemeente in een concrete, op 3 September 2003 in kaart gebracht. De Ombudsvrouw heeft het klacht in behandeling genomen. Maar na 6 maanden wilde de ombudsvrouw, op ons verzoek,- : Graag verneem ik van u of u hieraan iets heeft gedaan en tot welke resultaten dit heeft geleid. Uw schriftelijke reactie zie ik met belangstelling tegemoet. ,- niet ingaan. Ik had het gevoel dat de ombudsvrouw, eens door de gemeente niet serieus wordt genomen. In de bijlage treft u de herinneringsbrief aan de ombudsvrouw.

Bij dezen verzoekt Elamirkan de rechtbank aan deze situatie een einde willen maken:

  1. De Kurden weten nog niet wie zij verantwoordelijk moeten houden voor het feit dat tot 1993 de Kurden hun in de gemeente Den Haag geboren kinderen geen Kurdische namen mochten geven. Bij de burgerlijke stand hadden Turkse autoriteiten een lijst gedeponeerd met daarop de in hun land officieel goedgekeurde – Turkse –  namen. De Kurdische namen komen op die lijst niet voor. Toch is deze lijst door de Haagse burgerlijke stand als verplicht toegepast. Dit beschouwen wij als een misdaad tegen de Kurdische identiteit. Wij willen weten wie wij in Gemeente Den Haag daarop moeten aanspreken.
  2. In de gemeentebibliotheek van Den Haag zijn de boeken primair onderscheiden in de taal waarin zij geschreven zijn. De Kurdische collectie maakt hierop een uitzondering, omdat zich hierin voor het merendeel Turkstalige boeken bevinden. Daardoor wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat de Kurdische cultuur een subcultuur van het Turks is. En de Kurden zich in beginsel in het Turks dienen te uiten. Juist dat is een voorbeeld van de Turkse cultuurpolitiek waarmee wij Kurden in Nederland geconfronteerd worden. Wij eisen dat de Turkstalige boeken uit de Kurdische collectie verwijderd worden.
  3. Kurdische lectuur zou zonder toestemming van Turken in de bibliotheek moeten worden opgenomen. De Kurdische zaken worden door een Turkse bibliotheekmedewerker behandelt, die zorgt alleen voor tegenwerking en problemen als het om Kurdische cultuur gaat. Promotie van deze cultuur en bevordering van het lezen door Kurdische jongeren en intellectuelen wordt erdoor belemmerd.
  4. De Kurden worden nog steeds van culturele voorzieningen uitgesloten. De Kurdische schrijvers en kunstenaars in Nederland krijgen geen toegang tot de culturele voorzieningen in Den Haag.

 

Dit noemen wij misbruik van Nederlandse voorzieningen door gemeente Den Haag, want uitvoering van de criminele Turkse cultuurpolitiek. Deze houding van een Nederlandse overheid tegenover de Nederlandse Kurden is een van de redenen waardoor het vertrouwen van de mens in zijn eigen maatschappij verdwijnt. De gevolgen van dit wantrouwen en de kosten hiervan worden helaas door de Nederlandse gemeenschap betaald, terwijl alleen maar een aantal criminelen van deze situatie profiteren.

 

Hoogachtend,

Voorzitter Elamirkan

Hamíit Qliji Bérai

 

Bijlagen: (kopieën)

  1. brief van 25 oktober 2002 De Eisen van de Nederlandse Kurden
  2. de herinneringsbrief aan de ombudsvrouw.

 

 

Reactie van de 

Rechtbank ’s-Gravenhage

President

Postadres Postbus 20302, 2500 EH DEN HAAG

PERSOONLIJK

 

Aan Stichting Elamirkan

t.a.v. dhr. Hamiit Qliji Bérai

 

Geachte heer Hamiit Qliji Bérai,

Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw brief van 25 november 2004.

Hierin beklaagt u zich over de werkwijze van de gemeentelijke ombudsman.

 

Bij deze stuur ik u uw brief en bijlagen terug omdat de rechtbank ‘s-Gravenhage niet de juiste instantie is om uw klacht tegen de gemeente en/of gemeentelijke ombudsman te behandelen.

 

U kunt uw klacht wel indienen bij de Nationale Ombudsman, Postbus 93122, 2509 AC den Haag.  Deze instantie behandelt klachten tegen de overheid.

 

Hoogachtend,

namens het bestuur van de rechtbank,

H.F.M. Hoofdluis,

president

 

 

Aan: 

De Nationale ombudsman

 

Postadres : Postbus 93122, 2509 AC Den Haag

Bezoekadres : Bezuidenhoutseweg 151, 2594 AG Den Haag

Telefoon : (070) 3 563 563, Telfax : (070) 3 607 572

E-mail : bureau@nationaleombudsman.ni

 

Stichting Elamirkan

t.a.v.Hamiit Qiiji Berai

 

Geachte heer Berai,

Met aandacht heb ik uw brief van 17 december 2004 gelezen.  U legt een klacht voor aan de Nationale ombudsman over de gemeente Den Haag en de gemeentelijke ombudsman van Den Haag. U vraagt de Nationale ombudsman om hulp.

Op grond van de wet mag de Nationale ombudsman een onderzoek instellen naar klachten over overheidsinstanties. Voor klachten over gemeenten geldt echter dat de Nationale ombudsman alleen klachten mag behandelen over gemeenten die zich bij de Nationale ombudsman hebben aangesloten. Uw klacht heeft betrekking op de gemeente Den Haag.  Omdat deze gemeente niet bij de Nationale ombudsman is aangesloten, mag de Nationale ombudsman geen onderzoek instellen naar uw klacht. Ook over de gemeentelijke ombudsman kan de Nationale ombudsman geen klachten behandelen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.  Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de heer H.P. Burger via telefoonnummer 070-3 563 626. De bijlagen die u heeft meegestuurd ontvangt u bijgaand retour.

 

Hoogachtend,

DE NATIONALE OMBUDSMAN,

namens deze,

het Afdeling 1 van het Bureau Nationale ombudsman,

  1. R. Sabai

 

Muziektheater Bliksem (Blacaher)

Bĺácaheŕ is in 1998 geschreven door Hamiít Qliji Bérai, die zich al jarenlang wetenschappelijk verdiept in de overleveringen van de oud Kurdische cultuur (de Elamitische beschaving uit de oudheid)

image512

Eeuwenoude overlevering uit Elamitische cultuur De muziektheaterproductie Bĺácaheŕ (Bliksem) is geïnspireerd door het Elamitische liefdesdrama Hama kacaĺi ú Káĺí gyán. Het heeft zich ooit in Kurdesán afgespeeld tussen Káĺí, de aantrekkelijke  vrouw van een rijke edelman en Hama, een eenvoudige arme kale man. Dit lyrische liefdesdrama is eeuwenlang dankzij mondelinge overlevering bewaard gebleven. De verhoudingen en spanningen in het stuk die universeel zijn, ontwikkelen zich in een hedendaags tempo.

De inleiding tijdens optredens Op 21 mei in het  Wereldmuziekcentrum RASA te Utrecht en op 26 mei 2004 in Theater aan het Spui te Den Haag

 Goeden avond dames en heren, Mijn naam is Hamíit Qliji Bérai, Wat wij vanavond aan u willen presenteren zijn allemaal Elamitische overleveringen uit oud Kurdische cultuur. Het stuk is geïnspireerd door het liefdesdrama van Hama Kacaĺi & Káĺí Gyán. Ik heb rituelen en muziekfragmenten in het drama ingelast, die bij deze situaties horen en ieder muziekfragment wordt bij de betreffende scène gespeeld. Omdat deze muziekstukken zo specifiek zijn was live muziek in huidige stadium niet mogelijk. Deze specifieke muziekstukken zouden veel meer voorbereidingen vereisen, en deze mogelijkheden hebben wij nog niet. Aan het eind hoort u mijn eigen stem zingen. dat is een droevig zang die pá wa mouri heet, uit de Mour rituelen. De bedoeling van deze lezing is dat dit drama uiteindelijk tot een muziektheater komt. Na afloop is er gelegenheid voor reacties, opmerkingen of vragen. Wij zijn allemaal benieuwd hoe de regisseur Lopez Pinon Javier, Christiaan Mooij, Fleur, Ignaro, Maarten en Joëlke deze voorstelling voor u hebben voorbreid! Ik wens u een plezierig avond met Hama kacali & Kálí gyán!   image1657

Toeschouwers informatie en de achtergronden

In 2002 werd een archeologische tentoonstelling in het rijksmuseum voor oudheden in Leiden gehouden “de bronnen van inspiratie uit oude Syrië” Dat waren archeologische opgravingen uit Kurdische regio’s zoals Apo stad, Maar men noemde het Cultuurschatten uit Syrië! Het oudste voorwerp was een stenen vuistbijl van ruim een miljoen jaar oud. Blijkbaar is de mens veel ouder dan men tot nu toe besef heeft.Vanuit verschillende invalshoeken zijn de culturen ook veel langer dan tot nu bekend is, met elkaar in contact of in botsing geweest. Zo zien wij in Europese culturen vele invloeden van de Elamitische cultuur, het oud Kurdisch, dus. In taalwetenschappelijk zin, maar ook in culturele uitingen zijn deze invloeden herkenbaar. Ik ben de strijd aangegaan met de totale ontkenning van of de onbekendheid met de Kurdische cultuur. Als ik over een Kurdische cultuur spreek, zegt men meestal “Oh, dat zijn Turks, Arabisch of Iraans, de Kurden hebben geen eigen cultuur, noch eigen oude historie. Terwijl Kurden de nabestaanden van oude Elamieten zijn en onder het Kurdische volk een schatrijke oude cultuur aanwezig is. In Nénawá, eiland Botamia en in Šúša zijn er resten van schouwburgen opgegraven uit het oud Elamitische tijdperk. De Elamieten hadden voor die podia drie namen: sérrán, séllán en sééán. Deze woorden betekenen in het huidige Kurdisch nog steeds bezienswaardigheidplaats en schouwburg, theater dus. De synonieme woorden sééán, sérrán en séllán zijn van het stamwoord sé, sér en sél (zie, kijk in Elamitisch en in huidig Kurdisch). Deze woorden vinden wij ook in het Germaanse “zie” en in het Engelse “see”. De Elamieten noemden ook hun beeldwerk en bezienwaardigheden “sééa, sérra en sélla1 (het sé, het sér en het sél “het beeld, de bezienwaardigheid”. Dezen hebben dezelfde betekenis in het huidige Kurdisch!! In het muziektheater Bĺácaheŕ (Bliksem) is een fragment uit een Kurdische rouwceremonie opgenomen die Ŕáw heet. Wij zien de Kurdische Ŕáw letterlijke en figuurlijk in de Germaanse rouw, met het verschil dat het Kurdische Ŕáw een bepaalde rouwceremonie is die uit meer fragmenten bestaat en meestal wordt gehouden voor een belangrijke persoon. Daarin komen de rituelen wé ú šin (een Kurdische treurritueel) voor. Deze wé, wé wa me zien wij ook letterlijke en figuurlijk in de Nederlandse uitroep “wee mij”. Mour is een oud Kurdische dramazang die meer fragmenten kent; zij varieert van droevige en treurritueel voor een dode tot epiek. Het woord mour vinden wij in het Engelse mourn en mourning als rouwen en weeklacht. Er zijn vele voorbeelden van deze soort te noemen. Zij wijzen naar de invloeden van een dominante oud Kurdische cultuur, het Elamitische cultuur van de oudheid. De ouverture van Bliksem is een muziekfragment uit saŋin-samá die ook Širen & Farháí2 wordt genoemd, een muziekstuk blijkbaar uit ca. 700 jaar voor Christus, dat is een unieke overlevering, dat spelenderwijs van generatie op generatie is doorgegeven. De muziekfragmenten en rituelen die in Bĺácaheŕ in de scènes zijn ingelast behoren bij die situaties; ieder muziekfragment wordt bij de betreffende scène gespeeld.

1    König, 1965, 127, 135; ShI 54, II:85; R. Zadok (BzN 18, 1983); Hamíit Qliji Bérai, 2002  De verzwegen oud Kurdische historie weer boven tafel; pg. 129-131

2    Roman Ghirshman, Iran protoir; Munchen 1964; pg. 86-87. En Hamíit Qliji Bérai, 2002; pg. 234-235.

Het liefdesdrama van Širen’o Farháí

image341

Het liefdesdrama van Širen and Farháí

(Verfarsisch: Širin va Farhád)

behoort blijkbaar tot Kurdische periode van

Koning Ky.Xasrao ca. 700 v.Chr

Deze Kurdische overlevering is ten onrechte in historiografie als een Iraanse culturele overlevering uit Sasanieten periode (224-637, n. Chr.) beschreven.

Het verhaal is voor het eerst in Farsi geschreven in opdracht van de een Qajarische koning. Daarna hebben dieverse Farsischtalige schrijvers bundels hierover geschreven. Volgens dezen zou het om een liefdedrama gaan tussen Širin een Christenen princes, de vrouw van Xosrao Parwiz de Perzische Sásánitische koning en Farhád een Chinese prins.

image377De overlevering onder bevolkingen in de regio (Kurden) spreken van heel andere verhaal. Het zou echter om Širen dochter van Koning Kyxasrao en Farháí een Prins uit Luuŕische stammen. De Luuŕen zijn omliggende stammen. De naar Širen ú Farháí genoemde overgeleverde lyriek, is in de Kurdische taal. Opvallend is dat in die regio’s nog steeds geen Perzen en noch Chinezen te vinden zijn!

Nog opvallender is dat deze graven en afbeeldingen volgens archeologische onderzoek, – Roman Ghrishman IRAN PROTOIRANIER, MERDER, ACHAMENIDEN; MUNCHEN 1964, pag. 86-87, – dateren van 700-600 jaar voor Christus en dat is de Elamitisch-Madische periode en in die periode waren er geen Christenen, geen Iraniers en noch Sasanitisch rijk.

image380

113 und 114 Farhad-u-Schirin, 7.-6.Jh.v. Chr.

in Situ Naast elkaar gelegde graven van Širen ú Farháí

Een versie van deze liefdesdrama is onder een Afghaanse bevolking overgeleverd. De Afghaanse versie van Širen ú Farháí verstrekt de Kurdische versie van het verhaal.

De Kurden kennen twee overleveringen een stuk instromentelemuziek en een volksdans die naar “Širen & Farháí oftewel Saŋin Samá” worden genoemd. Dat is een unieke overlevering, dat spelenderwijs van generatie op generatie is doorgegeven.

 

Shirin and Farhad

From Sidar Ikbal Ali Shah’s ‘Afghanistan of the Afghans’

Source: Afghanland.com:  There was a brave man named Farhad, who loved a Princess named Shirin, but the Princess did not love him. Farhad tried in cain to gain access to the love-cell of Shirin’s heart, but no one would dare betray the fact that a stonecutter loved a lady of royal blood. Farhad, in despair, would go to the mountains and spend whole days without food, playing on his flute sweet music in praise of Shirin.

At last people thought to devise a plan to acquaint the Princess of the stone-cutter’s love. She saw him once, and love which lived in his bosom also began to breathe in hers. But she dared not a mean laborer aspire to win the hand of a princess? It was not long, however, before the Shah himself heard some rumor of this extraordinary exchange of sentiment. He was naturally indignant at the discovery, but as he had no child other then Shirin, and Shirin was also pining away with love, he proposed to his daughter that her lover, being of common birth, must accomplish a task such as no man may be able to do, and then, and only then, might he be recommended to his favor.

The task which he skillfully suggested was that Shirin should ask her lover to dig a canal in the rocky land among the hills. The canal must be six lances in width and three lances deep and forty miles long! The Princess had to convey her father’s decision to Farhad, who forthwith shouldered his spade and started off to the hills to commence the gigantic task. He worked hard and broke the stones for years. He would start his work early in the morning when it was yet dark and never ceased from his labor till, owing to darkness, no man could see one yard on each.

image3471

Shirin secretly visited him and watched the hard working Farhad sleeping with his taysha(spade) under his head, his body stretched on the bed of stones. She noticed, with all the pride of a lover, that he cut her figure in the rocks at each six yards and she would sigh and return without his knowing. Farhad worked for years and cut his canal; all was in readiness but his task was not yet finished, for he had to dig a well in the rocky beds of the mountains. He was half- way through, and would probably have completed it, when the Shah consulted his courtiers and sought their advice. He is artifice had failed. Farhad had not perished in the attempt, and if all the conditions were in the attempt, and if all the conditions were in the attempt, and if all the conditions were fulfilled as they promised to be soon, his daughter must go to him in marriage.

The Viziers suggested that an old woman should be set to Farhad to tell him that Shirin was dead; then, perhaps, Farhad would become disheartened and leave off the work.

 

I weep for a deceased, she said, and for you. For a deceased and for me? asked the surprised Farhad. And how do you explain it?

Well, by brave man, said the pretender sobbingly, you have worked so well, and for such a long time, too, but you have labored in vain, for the object of you devotion is dead!

“What!” cried the bewildered man, “Shirin dead?”

Such was his grief that he cut his head with the sharp taysha(spade) and died under the carved streamed into his canal was his own blood. When Shirin heard this she fled in great sorrow to the mountains where lay her wronged lover; it is said that she inflicted a wound in her own head at the precise spot where Farhad had struck himself, and with the same sharp edge of the spade which was stained with her lover’s gore. No water ever flows into the canal, but two lovers are entombed in one and the same grave.

Rapport van het symposium “Hoe Oud Zijn de Kurden”

Cani Piren Kurdan

“… , de hoogontwikkelde beschaving van de Kurden in verleden” op 24 mei 2003, in Museon te Den Haag.

De presentatie waarbij een visie  werd gegeven op de vraag:

  • In hoeverre kan de identificatie van de geschiedenis van de Kurden met de Elamieten als hun voorouders kan leiden tot verdere opheldering van het Elamitische verleden?
  • In hoeverre zal de kennis  van het Kurdisch kunnen leiden tot nadere bestudering van de bewaard gebleven Elamitische bronnen en de kennis van de oudheid?
  • In hoeverre is de verwantschap tussen het Elamitische en het Indo-europees aannemelijk en wat zijn de culturele betrekkingen?

… was een groot succes.

Zo’n honderd mensen hebben het evenement bijgewoond, van deze hebben alleen vier Nederlandse (z.g.n.) autochtonen met hun aanwezigheid ons vereerd. Van 33 uitgenodigden van minister van onderwijs en staatssecretaris van cultuur tot bestuurders en ambtenaren, was alleen onze wethouder Pierre Heijnen (PvdA) aanwezig, wij zijn hem dankbaar hiervoor.

In het eerste uur heeft Hamíit Qliji Bérai zijn ontdekt wereld De verzwegen oud Kurdische historie: Het Elamitisch de nieuwe verklaring, gepresenteerd. Aan de hand van argumenten met behulp van archeologische en taalkundige voorbeelden die via een beamer aan het publiek getoond werd, liet Bérai de gronden van zijn argumenten zien.

hoe oud

In tweede uur vond het optreden van Said Dalshad plaats, hij is componist en een van de grote violisten van deze wereld. Wij hebben hem speciaal voor deze manifestatie uit Oostenrijk uitgenodigd, en het was een absoluut genot om naar de Kurdische en Zigeuner-muziek uit Said Dalshads viool te luisteren. Jammer voor degenen die niet gekomen waren. Na dit optreden vond een uitvoerige discussie plaats met een groot aantal enthousiaste deelnemers geleid door Jan Bervoets.  Als gastsprekers traden in dit verband op Jamal Rashid Ahmad oud hoogleraar talen en culturen van het Nabije Oosten in Bagdad. En de vooraanstaande Kurdische dichter Seydaye Dilbiren. Aan het eind werden de aanwezigen uitgenodigd naar gratis borrel en Kurdische hapjes, die speciaal van beste kwaliteit – voor vegetarisch en niet vegetarisch – waren gemaakt.

De Nederlandse pers was afwezig

Het bericht van de presentatie hebben wij van tevoren 2 keer naar de Haagse en alle landelijke persorganen gestuurd, dezen bleken totaal geen gehoor te hebben gegeven, om dit Kurdisch evenement onder de aandacht van een Nederlandse publiek te brengen. En dat terwijl de Haagse Courant en RTV- West herhaaldelijk er als de kippen bij zijn wanneer een Kurd uit woede en machteloosheid een steen naar een raam had gegooid.

De 11 uitgenodigde gastsprekers uit de Nederlandse universiteiten

Sommigen van de uitgenodigden gastsprekers waren wegens andere verplichtingen verhinderd, dat hadden zij doorgegeven. Echter vlak voor de presentatie heb ik begrepen dat een aantal uitgenodigde geleerde gastsprekers met elkaar hadden afgesproken om niet deel te nemen aan de bijeenkomst. Op zo’n manier vermijdt men een discussie over de juistheid en rechtvaardigheid van mijn ¨Kurdsiche¨ interpretaties van Elamitische teksten in openbaar.

Men moet kunnen beseffen dat, sinds ik in 1998 mijn ontdekking in Nederland openbaar maakte, merk ik steeds dat men door de invloeden die heeft, probeert mijn werk en het publiceren van mijn theorieën tegen te houden. Ik ben als een Nederlands-Kurdische burger uitgesloten van alle voorzieningen die in Nederland voor wetenschappelijk onderzoek en publicatie bestemd zijn. Anderzijds bespeur ik dat er geen enkele wetenschappelijke argument vanuit archeologische, antropologische of taalkundige kant die het onzinnige van althans mijn uitgangspunten aantoont. Dat mijn onderzoek wordt ontmoedigd heeft op zich geen wetenschappelijk waarde. Hoe meer ik mij verdiepte in oudheidkunde en in de Elamitische materie des te duidelijker werd mij dat Elamitisch de grondslag van het Kurdisch is en nauw verwant is met Europese taalfamilies.

Daarom heb ik in een tweede persbericht alle elf uitgenodigde gastsprekers uit de Nederlandse universiteiten, gevraagd om een verklaring. Dat mij heeft men niet overtuigd, wel moet kunnen uitleggen waarom men het met mijn interpretaties oneens is. Anders kan men beter ophouden met het bevorderen van oude interpretaties, die het Elamitisch uitgestorven verklaren, zonder enige verwantschap met het Indo-europees.

Ik hoopte dat in aanwezigheid van een Nederlands publiek deze geleerden in openbaar zouden kunnen uitleggen waarom zij het niet eens waren met mijn interpretaties.

Niet al deze geleerden zijn direct bij de studie van het Kurdisch, Elamitisch of het Indo-europese betrokken. Ik heb tegenover deze geleerden mijn argumenten willen verantwoorden, hun bedenkingen willen horen en daarop willen reageren.

Op 24 mei ’03 zei ik, ¨Het is niet mijn bedoeling de huidige vakgeleerden te beschuldigen van vervalsing. Wel denk ik die mensen op het verkeerde spoor zijn gezet. En wel door verklaringen die de Elamieten een uitgestorven volk dat geen verwantschap heeft met het zogenaamd Indo-europees, en de Kurden als Iraniërs te verklaren. De huidige vakgeleerden hebben die interpretaties van hun voorgangers voor waar aangenomen en geven die ook door aan nakomelingen¨.

Er ontbreken echter de wetenschappelijke gronden voor zulke verklaringen in een objectieve wijze van onderzoek. Daarom betreur ik het dat het publiek de aanwezigheid van deze genodigden heeft moeten missen. Zij komen net als ik uit landstreken waarin het resultaat van wetenschappelijke onderzoek degelijk politiek wordt gedicteerd en geen mening voor een betere kan worden gegeven.

Hierbij wil ik volgende voorbeelden uit mijn argumenten, aan geleerden uit de Nederlandse universiteiten voorleggen die met het Kurdisch, het Indo-europees of oudheden studies van Nabije Oosten bezig zijn, om daarop te reageren.

Hoe de toepassing van de Kurdische taal de sleutel kan zijn om tot een juiste interpretatie van het Elamitisch te komen, kan men ook opmaken uit de volgende voorbeelden. Passen wij bij deze teksten een vertaling toe vanuit het Kurdisch, dan wordt de context duidelijker dan de raadsels waarvoor de onderzoekers soms in hun interpretaties kwamen te staan. Een aantal speculaties lijken dan te worden opgelost.

image15951

Walther Hinz (The lost world of Elam, 1973, P. 115, lateste § and p.116  § 1) schrijft: The huge ziggurat at Choga Zambil was constructed not only in an extensive sacred precinct, the Siyankuk, but also in a town, newly planned by the king. It bore his name: Al-Untash or Dur-Untash, from the Akkadian alu ‘town’, or duru ‘citadel’. by Untash-napirisha (ca. 1275).

Deze zigguraat behoort tot de Elamitische Koning Untash.napi.risha, ca. 1275 v. Chr.) De tempel (Siyan.kuk) is door drie concentrische cirkels omgegeven. De naam van Dur-Untash staat als inscriptie op de muren.

De vesting wal wordt met een term aangeduid die absoluut Kurdisch is en wel met het woord dur (erom heen, ronde, omgeef, periode), duru (1. meervoud van dur; 2. d.art. de dur; -u en -a zijn vrije variaties in Ku. en in El. dialecten en die vervangen elkaar).

Deze Elamitische woorden zijn grondig te onderscheiden in Kurdische morfemen. Untash-napi-risha (Untash afstammeling van profeet); napi-risha is ontstaan uit nap (profeet)+i (bn.) -rish (wortel, afstam)+a (d.art.).

Siyan-kuk (bezienwaardigheid-tempel, Siyan (attractie) -kuk (tempel)). Siyan is ontstaan van Si (zie) +an (locatief).

De Kurdische synoniemen si, siil, siir (bezien, kijk) treffen wij in het Elamitisch ook met dezelfde betekenis si- , siir-, siil- (Schauende, Stätte der Schauung, Hinz/Koch E.W.; aE, in Siw 3:6). Voor een uitgebreide beschrijving zie Het Elamitisch, de nieuwe verklaring hoofdstuk 9.3.1.a.7-9. Vergelijjk Elamitisch si-, siir-, siil met Europese zie, see.

image15971

Hinz (P. 171,  § 2) zegt: A knotty question is posed by the three circular buildings near the steps on all sides of the ziggurat except the south-east or ‘king’s side’. .. (Plate 12). An inscribed frieze runs round the base of each tower, from which we learn that these puzzling buildings were known in Elamite as shunshu ir pi and were dedicated to the gods Humban and Inshushinak. This would solve everything, if we only knew what the words shunshu ir pi meant. ...

Een lastige vraag is bij deze drie circulaire gebouwen dat vlakbij de trappen aan alle kanten van de Zigguraat behalve de zuid-oosten of ‘de koning’s zijde’… (Plaatje 12). Een inscriptie is aan de voet van ieder toren door geschreven, vandaar weten wij dat deze raadselachtige gebouwen zijn in het Elamitisch bekend als Shunshu ir pi en waren aan de god Humban en Inshushinak gewijd. Deze zou alle de problemen kunnen oplossen als wij wisten alleen maar wat het woord Shunshu ir pi betekent.

Wel deze identieke Kurdische woorden als volgt betekenen: Shunshu ir pi (Šu+n+šu ír pé) = Koninklijke bouw/bouwontwerp/architectuur. Shu+n+shu = bn. koning der koningen; shu = koning; -n = pl.)

ir = van, voorzetsel ter aanduiding van, behoren tot, possessief; pé = 1. Bouw, Bouwontwerp, architectuur; 2. pad, voetgang, spoor, etc.

Vergelijk El., Ku. pé, pa(-ru) (voet(-ganger)) met Europese pe, pa (voet).


image1585

Figure 30 Debir Kuk-Simut (kanslier, rechter van tempel Simut) Benoeming door koning Indattu II, 1925 B.C.

 

 

image1588

 

Figure 31 Debir Kuk-Tanra (kanslier, rechter van tempel Tanra) Benoeming door koning Epart, ca. 1890 B.C.

 

De Eisen van de Nederlandse Kurden

Deze brief is toegestuurd aan de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mw. van der Hoeven, Binnenlandse Zaken dhr. Remkes, en de gemeente Den Haag

 

Den Haag, 25 oktober 2002

Onderwerp: de eisen van Nederlandse Kurden

 

Geachte …,

Namens de afstammelingen van de Kurdische natie in Nederland, vragen wij als Kurdische organisaties gevestigd in Nederland Uw aandacht voor het volgende.

Zoals men weet, woont er een grote Kurdische gemeenschap in Nederland.

De Kurden van deze tijd zijn, ondanks hun schatrijke culturele achtergrond, nauwelijks cultureel actief in de Nederlandse samenleving. Zij zijn zich dan ook nauwelijks bewust van hun eigen culturele identiteit, omdat hun natie door tal van staatkundige verwikkelingen is verdeeld. Van de Kurdische taal zijn er slechts op gebrekkige wijze enkele Kurdische dialecten vastgelegd, vaak op een wijze die meestal leidt tot het ontstaan van misverstanden over het Kurdisch. Zelfs bestaat er geen vaderlandse geschiedenis van Kurdesán als natie. Dat komt door de onderdrukking van het volk in het moederland; ginds heeft men immers het land van de Kurden op een misdadige wijze bezet, uitgeput en uitgeroofd, de bevolking tot armoede en achterstand gebracht en zelfs genocide gepleegd.

Zojuist heeft H.Q. Bérai in een Nederlandstalig boek ¨De verzwegen Oud Kurdische historie weer boven tafel: Het Elamitisch, de nieuwe verklaring¨ doen verschijnen. Hierin probeert hij aan te tonen, dat de Kurden de nabestaanden zijn van de Elamieten. In het verleden zijn de Elamieten ten onrechte als een uitgestorven taal en volk verklaard; men beweert dat Kurden feitelijk Iraniers zijn, wat een aperte onjuistheid is. Door die vervalsing van de geschiedenis en de identiteit en door het verbod op de Kurdische taal dwingt men de bevolking zich te assimileren met haar onderdrukkers en vernietigt men het volksbestaan.

Onze Nederlandse multiculturele samenleving mag niets met dat soort misdaden gemeen hebben. Maar wij bespeuren ook in dit land naast achterstand soms ook een achterstelling in vergelijking met andere minderheden. In Nederland worden jaarlijks culturele projecten en festivals voor andere minderheden gesubsidieerd, neem bijvoorbeeld een jaarlijks Turks festival, Iraans festival, Arabisch festival …, gesubsidieerd door de gebruikelijke subsidiegevers. Zo niet de Kurdische culturele projecten, die geen schijn van kans krijgen. De Kurdische intellectuelen die zich met de Kurdische cultuur bemoeien, moeten voor hun levensonderhoud tomaten gaan plukken, anders worden zij op straat gezet!

Bij fondsen van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen zoals NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek), NLPV (Nederlands Literair Produktie en Vertalingenfonds) of FvdL (Fonds voor de Letteren) komen Kurdische projecten, zij het wetenschappelijk of literair, niet voor een ondersteuning in aanmerking! In bijlage 2 zijn enkele van de vele afgewezen subsidieverzoeken bijgevoegd.

Voor andere minderheden in de openbare bibliotheek: de Arabieren, Iraniërs, Turken, Hindo’s, Surinamers etc. zijn er personen, die voor hun cultureel erfgoed zorg dragen. In sommige bibliotheken zijn er 4 Turken werkzaam. Waarom mocht er geen Kurd in dienst van de bibliotheek zijn die voor de Kurdische cultuurerfgoed kan zorgen?

Begin mei 2002 heeft Bérai zijn boek aangeboden aan een openbare bibliotheek waar 3 Turken werkzaam zijn. Hij vroeg of hij ter introductie van de algemene nieuwe inzichten in dit boek, voor een Nederlands sprekende publiek een lezing kon houden. Na lang wachten op een antwoord volgde telefonisch navraag. De verklaring was dat de aanvraag bij een Turkse medewerker in behandeling was, belast met de Turkse catalogus, omdat daaronder ook het Kurdisch zou vallen!

Toen dhr. Bérai de directeur hierop attent maakte: – ¨In Uw bibliotheek zijn de Kurden onder de Turkse minderheid gebracht, daarom behandelen Turken de Kurdische zaken. Dat is historisch een zeer kwalijke zaak, het doet ons hart pijn en ons bloed koken¨ -, stuurde hij op 4 sep. j.l., als antwoord een lijst toe van literaire lezingen van zijn ¨Turks-Kurdische programma¨. Hoe fraai! Van de zeven literaire lezingen waren er zes Turks, de ene Kurd was uit Zweden besteld voor presenteren van een Turkstalige boek, geen Kurdisch dus.

Hierdoor lijkt het alsof de verbreiding van de kurdische cultuur veel geld kost, omdat er schijnbaar geen Kurd in Nederland te vinden is die kennis van literatuur heeft!

Welnu, Kurden zijn geen Iraniers, noch Arabieren, noch Turken. Wij, Kurden zijn een bestaand volk met een eigen cultuur en een eigen nationale geschiedenis. De Kurden komen voort uit de Elamieten. De Elamieten, die ook in de bijbel voorkomen, zijn de ontdekkers van het schrift (Nisán, de maand Nisán is aan de viering van het schrift gewijd). Zij schreven de eerste wetten (dauraí rásán = de tijden van de waarheid). Het Šuša, erkend als het gerechtshof in de oudheid, ligt in het hart van Kurdesán. Kunst, wetenschap, godsdienst, politiek, landbouw en handel bloeiden eeuwenlang in het oude Kurdesán. Ook stellen wij dat de heilige Abram Elamiet was en bijgevolg een Kurd. In de Kurdische overlevering wordt hij Ura genoemd. In Elamitische teksten is sprake van: Ura napi = de profeet Abram.

Te lang zijn de Kurden aan hun ongelukkige lot overgelaten. Tengevolge daarvan blijft een permanent gevoel van culturele onderdrukking van Kurdesán ook in de zogenaamd “beschaafde” Westerse landen latent. Hoewel de Kurden een rijke schat van literatuur en andere aantrekkelijke cultuuruitingen kennen, merk ik dat deze cultuur niet vanuit de overheid of de daartoe aangewezen culturele instellingen wordt gepromoveerd of gemotiveerd.

 

Wij stellen de volgende eisen om aan deze situatie verandering te brengen:

  • Wij willen als een beschaving met een eigen identiteit worden erkend.
  • wij willen als een volwaardige Nederlandse minderheid opgenomen worden.
  • Wij willen niet meer hier in Nederland geconfronteerd worden met het cultuurbeleid van Iraanse, Arabische of Turkse heersers.
  • Wij willen in elke bibliotheek of openbare documentatieverzameling als een eigen etnische identiteit worden geklasseerd.
  • Wij willen een open discussie over de herkomst van onze cultuur in het bijzonder over onze band met de oudheid.
  • Wij willen over middelen en eerlijke contacten beschikken zodat wij ons onderzoek naar de Elamitische taal en geschiedenis kunnen voortzetten. Aldus komen we tot een rechtvaardige interpretatie van Kurdische historie en taal.

Wij roepen iedereen op ons bij te staan.

Uw antwoord zien wij met belangstelling tegemoet.

Hierna volgen namen van de Kurdische organisaties (97 organisaties, bijlage 1)

 

Hamiit Qliji Berai

Instituut Elamirkan

Den Haag, 25 oktober 2002

Het Drama Politiek Allochtonen en Cultuur

Toen ik de deur van de centrale bibliotheek aan het Spui te Den Haag, binnen liep, trok een stem mij aan: ¨I’m pleased by the presence of the Turkish ambassador and his wife. You honour us with your presence!¨

 

Het podium was niet echt helemaal zichtbaar, de stem en de ritmische beweging vooral liet mij vermoeden dat een kind op het podium voor de aanwezige uitgenodigden aan het acteren was. Wat jammer dacht ik, een deel van de kindervoorstelling gemist! Een forse Surinaamse mevrouw onderbrak mijn gedachten: meneer wilt u de gastenregistratie tekenen?

Daarna haastte ik mij naar voren tot vlakbij het podium. Daar zag ik geen kindervoorstelling maar er stond een kleine oude mevrouw een heksendans uit te voeren voor de Turkse ambassadeur.

Zij voegde hier aan toe dat: hier ziet u het werk van Kunstenaars uit Turkije, Irak, Suriname geëxposeerd. Wij hebben de Turkse en de Surinaamse ambassadeurs uitgenodigd om bij de opening van expositie (van 19 oktober tot en met 17 november 2001) aanwezig te zijn.

 

Wie is deze mevrouw? Mevrouw drs. Engering, VVD’er, de wethouder van financiën en cultuur in Den Haag, zei iemand die naast mij stond.

 

Waar blijft de ambassadeur van Irak dan? Dan zou je daarvoor mevrouw Engering moeten vragen, niet mij zei hij. Hij had groot gelijk. Ik was uitgenodigd door de Stichting Internationale Haagse Kunst (SIHKunst) voor de Ontmoeting internationale kunstenaars in Den Haag.

 

Mij was verder niets bekend wat de Stichting Internationale Haagse Kunst was of welke gasten waren uitgenodigd. Later heb ik kunnen begrijpen dat de SIHKunst met steun van gemeente Den Haag was opgericht, op initiatief van VVD raadsleden en dat deze tentoonstelling de eerste activiteit van SIHKnst was. Helaas zit er een akelig kantje aan.

Wat is namelijk het nut van de aanwezigheid van de Turkse ambassadeur, behalve het promoten van de fascistische Turkse regering, die verantwoordelijk is voor volkerenmoord en vernietiging van de Oud Kurdische cultuur en kunst?

Ik herinner mij dat de Kurden in Nederland tot 1993 hun kinderen geen Kurdische namen mochten geven. Bij de burgerlijke stand hadden de Turkse autoriteiten een lijst gedeponeerd met daarop de officieel goedgekeurde namen. De Kurdische namen komen niet voor op die lijst. Het lijkt er op dat het oude schandalige beleid nog steeds opgang doet.

Hoeveel van het geld dat bestemd is voor culturele diversiteit in Den Haag met name voor allochtonen, besteedt mevrouw Engering aan de evaluatie van de algemene cultuur van allochtonen? Ik ga er van uit dat culturele diversiteit niet betekent verzuiling op grond van bepaalde religie of gewoontes. Integratie is niet hetzelfde als assimilatie in negatieve zin maar een convenant vanuit menselijke perspectief.

 

Hier is het anders dan in Kurdesán, daar heeft men het land van de Kurden op een misdadige criminele wijze in bezetting genomen, volkeren vermoord, het land uitgeput en uitgeroofd, de bevolking in armoede en achterstand gebracht. Door vervalsing van de geschiedenis en het verbod op Kurdische taal vernietigt men het bestaan van het volk en door de dwang de bevolking zich te assimileren. Dat soort assimilatie heeft niets met onze samenleving gemeen.

Een culturele diversiteit zou zich moeten keren tegen iedere achterstelling. Dit betekent dat aan alle minderheden de kans wordt gegeven zich te emanciperen vanuit de beginselen van de rechten van de mens en zonder discriminatie. In culturele programma’s zouden indirect de standpunten, gewoontes en gedachten inbeeld gebracht en met alternatieven geconfronteerd worden. De alternatieven vanuit menselijke perspectieven moeten een uitzicht aanbieden, zodat men relationeel kunnen in dat menselijke uitzicht inzicht krijgen, zich bevinden, ervaren en integreren.

 

Als men echter culturele vooruitgaan, verbetering dus voor allochtonen wil bereiken of beter nog hen wil opnemen als volwaardige burgers, dan moet men ook hun belangen erkennen, en niet alleen die van regeringen die hen feitelijk onderdrukken en door aanleggen van criminele verbanden ook nog buitenlandse steun voor hun misdaden krijgen.

De perspectieven voor zo’n Culturele Diversiteit en integratie moeten welkom zijn, ook uit Kurdesán (Kurdistan)! Er is echter nooit in openbaar uiteengezet wat er nu mis is met die allochtonen, volgens Culturele Diversiteit van de gemeente Den Haag! Welke culturele projecten laten mevrouw drs. Engering en meneer de professor Pinto voor de subsidie in aanmerking komen en op welke basis? Professor David Pinto (bekend om zijn verwerping van de integratiegedachte) is de voorzitter van de adviescommissie voor het goedkeuren van projecten in het kader van Culturele Diversiteit in Den Haag.

Ik geloof niet dat het ieder jaar houden van het Turkse en Iraanse festival van groot belang zou zijn voor de Nederlandse minderheden.

 

De evenementen in Den Haag en elders in Nederland dragen voor de Nederlandse minderheden niet bij in het opgang brengen van een cultuur die de betrokkenheid zal veroorzaken voor de minderheden met de Nederlandse maatschappij waarin zij leven.

De onderdrukte volkeren in Turkije en Iran moeten hun minderheden in Nederland stilzwijgend hetzelfde misdaad laten ondergaan als in Turkije en Iran?

 

Den Haag, mei 2002

Hamíit Qliji Bérai

Instituut Elamirkan